Infos

Hét Visblad is de officiële uitgave van Sportvisserij Nederland.

Sie sind hier: Pressearchiv > Presse 2002 > Hét Visblad, Oktober 2002

Zalm terug in Rijn en Maas

Lachse (Salmo salar)

Zalm terug in Rijn en Maas. Droom of ooit weer werkelijkheid?

Deel 1: Het leven van de zalm

De Atlantische zalm (Salmo salar) is een vissoort die iedereen wel kent. De meeste mensen kennen de zalm als oog- en vooral tongstrelende traktatie uit het koelvak van supermarkt of visboer. Of -in ragfijne plakjes gesneden- als voorafje tijdens een chique diner. Sportvissersharten gaan echter sneller kloppen bij het horen van het woord 'zalm' of wanneer ze foto's zien van zalmen die tegen watervallen opspringen. Het vangen van een zalm, al is het maar eenmaal in je sportvissersleven, wordt gezien als de ultieme ervaring.

Lachs (Salmo salar)

De Atlantische zalm (Salmo Salar)

In Nederland is de kans op het vangen van een zalm tegenwoordig zeer klein. De eens enorme zalmbestanden in de rivieren Rijn en Maas (250.000 gevangen vissen in 1885!) zijn rond de tweede wereldoorlog uitgestorven. Hoewel er de laatste jaren in binnen- en buitenland veel ondernomen is om de zalmstanden in Rijn en Maas te herstellen, heeft dit naar mening van de NVVS nog te weinig opgeleverd.
Deze situatie vormde in het voorjaar van 2001 voor de NVVS aanleiding om eens met Nutreco (‘s werelds grootste zalmkweker) en de OVB van gedachten te wisselen over de toekomst van de Atlantische Zalm. De keuze om Nutreco te betrekken, lag voor de hand: dit concern beschikt over grote kennis van de kweek en de genetica van de zalm en heeft belang bij het voortbestaan van de wilde zalm als ijzersterk symbool voor een gezond natuurprodukt. Bovendien wil Nutreco als bedrijf een grote maatschappelijke betrokkenheid tonen waar het de natuur en het wel en wee van de wilde zalm betreft.

Gezamenlijk onderzoek

Tijdens het overleg hebben de drie organisaties de volgende gemeenschappelijke doelstelling geformuleerd: “Door bundeling van krachten (particulier, industrieel en overheid) een positieve bijdrage leveren aan het duurzaam herstel van de zalmstand in Rijn en Maas”. Overigens hebben de drie organisaties daarbij hun eigen specifieke beweegredenen. Om een concrete uitwerking te kunnen geven aan deze doelstelling is door de NVVS en de OVB een onderzoek uitgevoerd naar de huidige stand van zaken rondom de zalm in de stroomgebieden van de Rijn en de Maas. Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van Nutreco. Doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de oorzaken van het uitsterven van de zalm in Rijn en Maas, welke maatregelen genomen zijn om de zalm weer te doen terugkeren, welke resultaten hiermee tot op heden zijn bereikt en welke knelpunten daarbij optraden. Een en ander zou kunnen leiden tot aanbevelingen voor toekomstige projecten. Het onderzoek is uitgevoerd door bestudering van (wetenschappelijke) literatuur, het voeren van gesprekken met experts op dit terrein en er is een enquête gedaan onder zo’n 100 personen en organisaties die zich bezighouden met de zalm in het binnen- en buitenlandse stroomgebied van Rijn en Maas. Om de problemen die bij het herstel van de zalm optreden beter te kunnen begrijpen, is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in de bijzondere levenswijze van deze vis en de gebeurtenissen die voor het verdwijnen van de zalm uit Rijn en Maas verantwoordelijk waren. In dit artikel daarom een beschrijving van de biologie van de Atlantische zalm en een kort overzicht van de factoren die aan zijn verdwijnen hebben bijgedragen.

Lachseier

Voortplanting

Zo begint het leven van elke zalm: als een eitje ter grootte van een erwt.

De levenswijze van de zalm is vrij ingewikkeld en kent diverse stadia. Als zogenoemde 'anadrome' vissoort wordt een zalmpje geboren in het zoete water van een rivier of grote beek, trekt de vis de naar het zoute water van de zeeën en oceanen om daar tot volwassen vis uit te groeien, om na één of meer jaren weer terug te keren naar de geboorterivier om daar zelf voor het nageslacht te zorgen.

De trek naar de geboorterivier vindt in de West-Europese rivieren plaats in de periode juni-december. Hierbij zijn voor iedere rivier één of meer pieken te onderscheiden.

Eenmaal in de rivier aangekomen, zwemmen de volwassen zalmen ongeveer naar de plek waar ze zelf tussen het grind uit het ei zijn gekropen of -zoals in het geval van de Rijn- naar de plaats waar de zalmen als broedje of 'vingerling' door mensen zijn uitgezet.

Het vrouwtje graaft met haar staart een serie kuilen -tot wel 50 cm diep- in de grindbodem welke als paainest dienen. Na het afzetten van de eieren en het bevruchten hiervan door het mannetje, dekt het vrouwtje het verdiepte paainest weer af met grind.

De paai vindt meestal in de periode december - februari plaats. Na de paai sterft een hoog percentage (tot 90%) van de ouderdieren door uitputting. De overlevende ouderdieren keren terug naar zee om daar weer op krachten te komen en om een volgend jaar wederom aan de paai mee te doen. Deze vermagerde vissen worden “kelts” genoemd.

Parr

De zalm leeft één tot drie jaar als 'parr' in rivier of beek en lijkt dan erg veel op een jonge beekforel. (Foto Dr. Korte / Der Atlantische Lachs)

Leven in zoet water

Na zo’n twee à drie maanden komen in het voorjaar de eieren uit. De zalmlarven -de zogenoemde 'alevins'- hebben een dooierzak, waarin voldoende energie zit voor de eerste groei en ontwikkeling. Het jonge zalmpje blijft, zolang het op de dooierzak teert, in de beschuttende holten tussen het grind van het paainest. Na het opteren van de dooierzak zwemt het zalmpje uit het paainest weg en zoekt een veilige plaats in de geboorterivier, vaak in niet al te diepe stukken met een bodem die bezaaid is met grof grind en grotere stenen. In de geboorterivier groeit de jonge zalm in zo’n 2 jaar uit tot een visje van 10 a 15 cm lengte, de zogenoemde 'parr' ('vingerling').

In het voorjaar ondergaat de parr onder invloed van hormonen een veranderingsproces dat het visje voorbereid op het leven in de zee. Bij dit proces van “smoltificering” wordt het visje zilverkleurig en laat het zich passief meevoeren met de stroming van de rivier. In het estuarium vindt een laatste, cruciale aanpassing plaats, die aan het zoute water (osmoregulatie).

Schleuse

Het zeegat uit

Eenmaal op zee treft de 'smolt’ een enorme voedselrijkdom aan bestaande uit garnalen, spiering- en haringachtigen. Deze voedselrijkdom maakt een zeer snelle groei van de jonge zalm mogelijk.

De Rijn- en Maaszalmen bereikten na één zeewinter al een lengte van 50 tot 65 centimeter, bij een gewicht van circa 5 pond.Na twee zeewinters wordt een lengte van circa 80 centimeter bij een gewicht tot 16 pond bereikt. Over het verblijf en het trekgedrag van de zalm op de zeeën en oceanen is weinig bekend. Bekende opgroei- en foerageergebieden van de Europese zalmen zijn de kust van Noorwegen, de Faeröer eilanden, IJsland en de west- en oostkust van Groenland. Het merendeel van de zalmen verblijft één tot drie jaar op zee om daarna terug te keren naar de geboorterivier om daar te paaien. Het terugvinden van de geboorterivier door de zalm blijft een van de grote wonderen der natuur. Er zijn aanwijzingen dat zeestromingen, hemellichamen, aardmagnetisch veld en unieke geurstoffen van de geboorterivier een rol spelen bij de oriëntatie.

Doordat in de stuwen van de Maas een verkeerd type vistrap (sleuf links op de foto) werd ingebouwd, kreeg de zalmstand op die rivier de nekslag. Inmiddels zijn er in de meeste stuwen nieuwe, betere vistrappen gerealiseerd. (foto NVVS)

Verreweg de meeste zalmen trekken pas na twee of drie zeewinters de rivier op om zich voort te planten. Een deel van de zalmen -meest mannetjes- trekt al na één winter in zee de rivieren op om er te paaien. Deze relatief kleine zalmen met een lengte tussen de 45 en 60 cm. werden in Nederland vroeger 'Jacobszalmen genoemd, terwijl de Engelse benaming voor dit formaat zalmen 'grilse' is.

Verdwijning uit Maas en Rijn

Een diersoort sterft zelden door één oorzaak uit, en dat is waarschijnlijk ook bij het verdwijnen van de zalm uit Rijn en Maas het geval geweest. De intensieve beroepsvisserij, niet alleen in Nederland, maar ook langs de gehele Duitse Rijn en de Maas in België, leverde een belangrijke bijdrage aan de achteruitgang van de zalm. Datzelfde kan ook gezegd worden van de sterk toenemende watervervuiling gedurende de vorige eeuw. Maar de 'nekslag' voor de zalm was bijna zeker de regulatie van de rivieren. Dit ging gepaard met de bouw van een groot aantal stuwen in de rivieren, geen van alle voorzien van goede, werkende vistrappen en het uitbaggeren van de grindbodem. Hierdoor werden veel paaiplaatsen voor de zalm onbruikbaar en in de meeste gevallen zelfs onbereikbaar gemaakt. Na een kleine opleving na de Tweede Wereldoorlog -veel stuwen en alle chemische fabrieken lagen immers in puin- kwam rond 1950 een einde aan de zalmpopulaties van Rijn en Maas. Voor de zalm heeft Nederland alleen een rol gespeeld als doortrekgebied. Door het ontbreken van snelstromende riviertjes en beken -mogelijk enkele wateren in Limburg uitgezonderd- heeft Nederland de zalm nooit paai- en opgroeigebieden geboden.

In de volgende aflevering van Hét Visblad een artikel over de problemen die optreden bij de pogingen om de zalm weer in Rijn en Maas terug te brengen en welke mogelijke oplossingen het gezamenlijke onderzoek van Nutreco, NVVS en OVB daarvoor heeft aangedragen.

nach oben     zurück zur Startseite

Der Atlantische Lachs e.V.    Stauseebogen 23   45259 Essen    Tel. 07 00 / 33 75 22 47