Sie sind hier: Kampagnen > Niederlande > E-Mails Niederlande und Belgien > Fuut

E-Mail Kampagne: Netzfischerei in den Niederlanden

Sent: Tuesday, October 25, 2005 8:22 PM
Subject: Lachsprotest

Geacht partijbestuur

Kenmerk van een parlementaire democratie is dat de bevolking dié vertegenwoordigers in het parlement kiest van wie hij denkt er op te kunnen vertrouwen dat zij hun taak, het controleren en eventueel bijsturen van het regeringsbeleid naar behoren zullen uitvoeren. De kiezers op hun beurt moeten kunnen beoordelen of het parlement het haar gegeven vertrouwen al dan niet heeft waargemaakt. Hoe kan een burger bepalen of het parlement zijn werk goed gedaan heeft? Hij kan nu eenmaal niet overal verstand van hebben. Het enige wat hij kan doen is afgaan op hetgeen waar hij wel verstand van heeft. Als blijkt dat het parlement op het gebied dat hij beheerst goed heeft gefunctioneerd dan zal hij geneigd zijn om het parlement ook voor de andere gebieden, waar hij niet zo goed in thuis is, zijn vertrouwen te schenken. Anderen zullen het parlement op hùn kennisgebied beoordelen en zo ontstaat er een goede controle op het parlement. En zo hoort het ook. Parlementariers staan, evenals de leden van de regering, in dienst van het volk, ook al vergeten ze dat wel eens. Zij zijn verantwoording aan het volk schuldig.

Ondergetekende is ook zo'n burger die zijn best doet zich er van te overtuigen dat het parlement het haar gegeven vertrouwen waard is. Ik doe dat als sportvisser, zoals er volgens de laatst bekende gegevens zo'n twee miljoen zijn in Nederland (incl. vissende jeugd.). De laatste jaren heb ik me ingespannen door me te verdiepen in het visserijbeleid. Een mens wordt niet vrolijk van wat je dan tegenkomt. Het geformuleerde beleid is in grote lijnen wel juist, maar de uitvoering rammelt aan alle kanten. Met andere woorden, wat met de mond en op papier wordt beleden, wordt in de praktijk gefrustreerd. Om deze stelling te onderbouwen zal ik het beleid met betrekking tot de zalm als voorbeeld nemen. Besef echter wel dat ik een brief als deze ook had kunnen schrijven door een andere vissoort als uitgangspunt te nemen.

In de Rijn- en Maasoeverstaten Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, België en Duitsland wordt door inspanningen van veel vrijwilligers getracht de zalm weer terug te krijgen in de rivieren. Nadat eerst onderzoek is gedaan naar welke stammen van deze vissoort het meest geschikt waren om de rivieren te herbevolken is men de vissen gaan kweken. Als gevolg van deze inspanningen kunnen jaarlijks grote hoeveelheden jonge zalm in de rivieren worden uitgezet. De bedoeling is dat deze vissen hun normale levenscyclus kunnen volgen. Dit betekent dat ze na eerst 1-2 jaar op de geboorteplaats, in dit geval de plaats van uitzetting, rond blijven hangen, ze in staat moeten zijn om naar zee te trekken om verder op te groeien. Na één of enkele jaren keren ze dan weer terug naar hun geboorteplaats om daar op een natuurlijke wijze voor nageslacht te zorgen, waarmee de cirkel rond zou zijn. Als dat proces niet verstoord zou worden dan zwommen er nu al weer vele zalmen in de Rijn.

Helaas moeten ze op de heen- en terugweg Nederland passeren, een land dat niet uitblinkt door haar correcte visserijbeleid. Eén van de belemmeringen die ze op hun weg naar zee tegenkomen zijn de waterkrachtcentrales (niet alleen in Nederland overigens). Die dingen passeren is een erg ongezonde bezigheid. De Tweede Kamer heeft enkele jaren geleden al een motie aangenomen volgens welke deze centrales beter passeerbaar moeten worden gemaakt. Aanleiding destijds was dat was gebleken dat er o.a. veel aal in deze centrales werd vermalen. De Tweede Kamer heeft later bij de Minister van LNV nog wel eens geïnformeerd naar de vorderingen, maar laat zich elke keer weer met de bekende kluit het riet in sturen.

De zalmpjes die de waterkrachtcentrales hebben overleefd, moeten dan nog zien de vele fuiken van beroepsvissers te vermijden. Die fuiken zijn bedoeld voor de vangst van aal. Omdat het met de aalvisserij steeds slechter gaat (de aal dreigt uit te sterven!) worden er door de beroepsvissers steeds meer fuiken geplaatst om toch nog zo veel mogelijk aal (= inkomsten) te vangen. Als de zalmpjes in die fuiken terechtkomen dan drijven ze, na het ophalen van de fuik, samen met massa's andere dode visjes de rivier af, als voedsel voor de meeuwen. Door het alsmaar uitdijende aantal fuiken sneuvelen er dan ook elk jaar meer jonge zalmpjes. Op de Maas wordt zelfs gevist met de ankerkuil, je zou er als jong veelbelovend zalmpje maar inzwemmen, weg mooie toekomst! Het ministerie van LNV is hier al verschillende malen op gewezen. Helaas, men is horende doof en ziende blind. De Tweede Kamer staat er bij en kijkt er naar.

Als eenmaal de zee is bereikt, moeten de overgebleven zalmpjes in de kustwateren nog oppassen voor de vele garnalenvissers. Dat er ook velen bij de garnalenvisserij sneuvelen is een feit, alleen worden ze in de onderzoeksrapporten niet genoemd! Dat laatste in ook logisch, want die onderzoeksrapporten zijn gebaseerd op opgaven van de beroepsvissers zelf. Die hebben er geen belang bij om te vermelden dat beschermde dier(vis)soorten in hun netten sneuvelen. Het is alleen jammer dat, zonder voorbehoud, op basis van die rapporten beleid wordt gemaakt.

Als de in zee volgroeide zalm het moment gekomen acht om voor de voortplanting te gaan zorgen begint het spitsroeden lopen weer in omgekeerde volgorde. Eerst komen ze de netten van de garnalenvissers tegen en, die gepasseerd zijnde, volgt er een nieuwe aanslag op hun bestaan. Op de terugweg staan bij de riviermondingen vele warnetten op hen te wachten. Konden ze op de heenweg daar nog lachend doorheen zwemmen omdat ze te klein waren, op de terugweg sneuvelen er veel in die netten. Die zalmen worden aan restaurateurs verkocht. De regering heeft wel een wetje in elkaar geknutseld volgens welk vis niet verhandeld mag worden als de herkomst niet geregistreerd is. Alleen de horeca wordt daar van uitgezonderd. En daarmee is niet een te ruime maas in de wet gemaakt, maar een enorm gat. De Tweede Kamer staat er bij en kijkt er naar. Ze heeft zich laten inpakken door de lobby van de horeca, die hun zwarte inkomsten in gevaar zag komen. Is het de zalm dan toch eindelijk gelukt om op de rivier te komen dan ontmoet hij daar weer het oerwoud aan fuiken, dat sinds hij de rivier afzwom nog groter is geworden. In 2003 blijkt uit de zgn. passieve vismonitoring dat ELKE DAG op de benedenrivieren per 100 fuiken drie zalmen sneuvelen. Reken maar uit wat dat per paar duizend fuiken betekent voor een vissoort die aan het prille begin staat van zijn herstel. Natuurlijk, er is een wetje gemaakt dat verbiedt zalm mee te nemen. Daarmee heeft de regering hetgeweten gesust, hetgeen door de Tweede Kamer geslikt wordt. Een effectieve controle en de benodigde hoge straffen bij overtreding ontbreken echter. Ook die op de benedenrivieren gevangen zalmen verdwijnen in het zwarte circuit. Een artikel onlangs in De Volkskrant heeft onlangs nog eens aangetoond dat je ze gewoon bij de beroepsvissers kunt kopen. Bij de stuwen in de rivieren zijn inmiddels de nodige vistrappen aangelegd. De paar zalmen die het tot zover gelukt is om alle gevaren te overleven zullen snel over de vistrap willen zwemmen. Helaas staan vaak, veel te dicht voor of achter die vistrappen, weer fuiken van beroepsvissers. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat weinig zalmen aan de voortplanting toekomen, waardoor het nog niet echt gelukt is om de zalm opnieuw in de rivieren te introduceren.

Ik heb er lang over nagedacht wat de reden kan zijn van het non-beleid van de regering en waarom dat door het parlement wordt geaccepteerd. Wat de overheid betreft kan ik maar tot één enkele conclusie komen en dat is dat de overheidsambtenaren er zelf belang bij hebben als het niet goed gaat met (o.a) de zalm. Zou het namelijk wel goed gaan dan was er geen probleem. En is er geen probleem, dan is er ook niets waar aan gewerkt moet worden. Het ministerie hoeft dan geen vooronderzoeken meer te bespreken, uit laten voeren en evalueren. En daarna hoeft er ook geen hoofdonderzoek te worden geformuleerd, uitgevoerd en geëvalueerd. Zonder onderzoeken zouden er ook geen beleidsregels gemaakt hoeven te worden. En dan komt hun baan op de tocht te staan. Het zou de schatkist en dus de belastingbetaler een lieve duit minder kosten, maar daar heeft men geen boodschap aan.

Waarom de Tweede Kamer dit accepteert is me nog niet geheel duidelijk. Wel is opvallend dat al vele jaren de Vaste Kamercommissie voor LNV de visserijzaken worden behandeld door een kleine kern van steeds dezelfde mensen die erg begaan zijn met de beroepsvisserij. Ooit heeft men zich gedwongen gevoeld om het ministerie van LNV een onderzoek te laten uitvoeren naar de economische betekenis van de sportvisserij. Hoewel de opdracht voor het onderzoeksbureau zo beperkt mogelijk werd gehouden, het onderzoeksbureau wees daar ook op, werd wel duidelijk dat de sportvisserij veel meer potentie heeft dan de beroepsvisserij. Deze uitkomst kwam kennelijk zeer ongelegen, want het rapport is naar de onderste regionen van het bureau, zo niet in de prullenbak, verdwenen. Ik heb er tenminste nooit meer iets over gehoord.

Wrang is het om kennis te nemen van de brief, welke minister Veerman op 11 oktober naar de Tweede Kamer stuurde. (kenmerk Viss. 2005/4218) over de Evaluatie effectiviteit terugzetverplichting voor zalm en zeeforel. In die brief laat hij het voorkomen als dat het redelijk goed gaat met de zalm en zeeforel in de rivieren. Ik heb de rapporten van de passieve monitoring over 2003 en 2004 kunnen bestuderen. Op alle rivieren geven die van 2003 op 2004 een negatieve trend aan als het gaat om de bijvangst in fuiken. Dit kan alleen maar een aanwijzing zijn voor verminderend aantal zalmen dat de rivier optrekt. Aan de fuiken zelf is niets veranderd, behalve dat het aantal alleen maar is uitgebreid. Helaas heb ik niet de rapporten over eerdere jaren in handen kunnen krijgen. Deze hebben namelijk het predikaat „geheim“ opgespeld gekregen. Het waarom is me onduidelijk, maar geheim betekent over het algemeen dat men iets te verbergen heeft... Het mag in elk geval duidelijk zijn dat het niets met de staatsveiligheid van doen heeft.

In het als bijlage met de voornoemde brief van minister Veerman aan de Tweede Kamer gestuurde rapport wordt geen melding gemaakt van de aantallen in fuiken gevangen zalmen en zeeforellen. Hij baseert zich alleen op de aantallen vissen die worden gevangen met behulp van zalmsteken. Deze zalmsteken zijn geplaatst met het doel onderzoek te doen naar de rivier optrekkende vissen. Over de jaren 2000 t/m 2004 zijn op deze manier de volgende vangsten geboekt

Jaar Zeeforel Zalm Totaal
2000 306 248 554
2001 170 140 310
2002 258 112 370
2003  92 100 192
2004  96  68 164

Uit deze aantallen blijkt dat sinds 2000 de bestanden aan zalm en zeeforel alleen maar zijn afgenomen. Als de minister in zijn brief stelt dat er een positieve trend is voor zeeforel in de IJssel en voor zalm in de Waal, dan mogen daar gerust vraagtekens bij worden gezet. Door alleen positieve gegevens te vermelden suggereert hij dat het in alle rivieren goed gaat. Verder is op de IJssel inderdaad een positieve trend te zien, maar als op de Waal de vangsten aan zalm over de jaren 2000-2004 resp. 28, 23, 28, 44 en 30 bedragen, dan mag niet echt van een positieve trend worden gesproken. Het jaar 2003 met 44 stuks lijkt meer een uitschieter.

Als, zoals in de brief van de minister wordt gesuggereerd, het vangstverbod en de terugzetverplichting hebben bijgedragen aan de positieve ontwikkeling in de stand van trekvissen in Nederland, dan heb ik daarbij 2 vragen,nl. 1-Welke positieve ontwikkeling in de stand van trekvissen in Nederland wordt bedoeld? Bovenstaand tabelletje, waarvan de gegevens zijn ontleend aan het RIVO-rapport „Jaarrapportage Passieve Vismonitoring Zoete Rijkswateren: fuik- en zalmsteekregistraties in 2004“ geeft alleen maar een negatieve trend aan. 2-Als de minister van mening is dat het vangstverbod en de terugzetverplichting een positieve bijdrage heeft geleverd aan de zalm- en zeeforelbestanden, dan zouden zonder die maatregelen de bestanden nog lager zijn geweest. Heeft de minister ook een mening over wat de oorzaak daar van zou kunnen zijn? Daarbij dient bedacht te worden dat de laatste jaren in Duitsland, Frankrijk en Belgie véél meer jonge zalmjes zijn uitgezet (meer dan een verdubbeling in de laatste 7 jaar). Verder is de optrekbaarheid van de Rijn en zijrivieren sterk verbeterd en heeft de zalm meer gebieden ter beschikking gekregen die voldoen aan de eisen die nodig zijn om zich voort te kunnen planten. Menselijkerwijs mag dan toch verondersteld worden dat de zalmstand zich uitbreidt, mede omdat ook de waterkwaliteit steeds beter wordt.

Ik ben geen politicus en heb daarom geen behoefte aan verhullend taalgebruik. Ik durf dan ook gerust de stelling aan dat de minister met zijn brief de Tweede Kamer misleidt. Daar kan ik dan gelijk aan toevoegen dat dat de groep mensen die al jaren het visserijbeleid hoort te controleren waarschijnlijk ook nog eens heel goed uitkomt.

Aanleiding dat ik U deze brief schrijf, is dat de vereniging Der Atlantische Lachs een oproep heeft gedaan om te protesteren tegen het Nederlandse visserijbeleid. Genoemde stichting zet zich, met behulp van veel vrijwilligers, in om de zalm in de rivieren te herintroduceren. Zie zien hun inspanningen echter mislukken als gevolg van het Nederlandse wanbeleid. De oproep kunt U op het internet vinden achter de link http://www.totalfishing.nl/Varia/noodkreet/noodkreet.asp Ik vind het een schande dat het voor een buitenlandse organisatie nodig is om op deze wijze de aandacht te vestigen op misstanden in ons land, een land dat zich nota bene heeft gesteld achter de doelstelling om de zalm in de Rijn te herintroduceren. Verder speelt bij het schrijven van deze brief mee dat het me de gelegenheid biedt om de bij mij al veel langer heersende onlustgevoelens te uiten over de vaste kern mensen in de Tweede Kamer, zelf noem ik het een kliek, die al jaren geacht worden op ons visserijbeleid toe te zien, maar in feite alleen oog hebben voor het belang van een kleine groep beroepsvissers. Af en toe wordt er een wetje aangenomen om zogenaamde misstanden terug te dringen, maar die wetjes fungeren in feite alleen maar als schaamlap, waar achter wordt verborgen dat de beroepsvisserij de visstanden in de Nederlandse binnenwateren decimeert. Òf het wetje is zodanig opgesteld dat hij geen praktische betekenis heeft, òf de handhaving wordt achterwege gelaten.Te uwer informatie, op het internet is een discussie ontstaan over de noodkreet van de stichting Der Atlantische Lachs. U kunt die vinden achter de link http://www.totalfishing.nl/vraagaanbod achter het onderwerp www.lachsverein.de /e-mail (zalm) actie!(bovenaan de pagina, in de blauwe balken). Het kan leerzaam zijn te lezen hoe andere Nederlanders (sportvissers) er over denken.

Voor wat betreft het decimeren van de visbestanden hoef ik alleen maar te verwijzen naar het IJsselmeer. Dat is zo goed als leeg gevist. Ook de aal is een goed voorbeeld. Hij is zo goed als uitgestorven, maar de visserij er op is alleen nog maar intensiever geworden. Onze Kamerleden durven zelfs met het vingertje te wijzen naar het buitenland, waar de schuldigen zouden zitten. „Nederland zelf treft geen blaam“ en de beroepsvisser, die zich nu tot het uiterste inspannen om de laatste aal nog te vangen al helemaal niet. Onlangs heeft U in de kranten kunnen lezen dat IJsselmeervissers dit jaar meer dan in andere jaren houting vingen. Als U graag vis eet heeft U bijna mee kunnen genieten van de manier hoe beschreven werd hoe die vissen werden bereid en hoe ze smaakten. Maar we hebben het hier wel over een vissoort die op de rode lijst staat en is opgenomen in de lijst van de beschermde vissoorten in de Flora- en Faunawet. Die vissen zijn dus wettelijk beschermd. De schaamteloze manier waarop de beroepsvissers dit door journalisten laten optekenen, wijst er op dat ze zich van de wetten weinig hoeven aan te trekken. Ze zijn kennelijk onaantastbaar en worden van hogerhand beschermd. Ook het eerder aangehaalde artikel in de Volkskrant is daar een goed voorbeeld van. Net als voor de zalm en de zeeforel lopen er programma's in het buitenland om de houting in de rivieren te herintroduceren. Je moet je, als Nederland, toch dood schamen, dat je zo omgaat met de inspanningen van je buurlanden?

Ook namens Uw partij zitten er één of meer mensen in de Vaste Kamercommissie voor LNV. Ook U bent hier verantwoordelijk voor. Bij volgende verkiezingen heeft Uw partij aan de kiezer uit te leggen waarom U dit allemaal heeft laten gebeuren. Als U Uw taak als parlementaire partij serieus neemt, dan hoort U er minstens voor te zorgen dat de minister in de Tweede Kamer ter verantwoording wordt geroepen. Als ik U verder een suggestie mag geven dan zou U kunnen overwegen om elk kamerlid dat twee regeringsperioden is belast met het toezicht op de (binnen)visserij een andere taak te geven. Het is blijkbaar zo dat men op den duur te erg betrokken raakt bij de beroepsvisserij en de objectiviteit uit het oog verliest.

Om terug te keren naar het begin van deze brief, ik beoordeel de politieke partijen op hetgeen ze in het visserijbeleid hebben gepresteerd, gewoon omdat ik daar een beetje meer van af weet. Uw partij heeft, voorzover ik kan nagaan, op visserijgebied niets gepresteerd als het er om gaat visbestanden te beschermen en de sportvisser de kans te bieden zijn hobby met een redelijke kans van slagen uit te oefenen. Op basis daarvan moet ik ook het beleid op andere gebieden beoordelen. U begrijpt dan ook wel dat ik in Uw partij geen enkel vertrouwen heb. Ik hoop dat U daar vóór de volgende verkiezingen verandering in wilt brengen.

Met vriendelijke groet

nach oben     zurück zur Startseite

Der Atlantische Lachs e.V.    Stauseebogen 23   45259 Essen    Tel. 07 00 / 33 75 22 47